Gunnen op laagste prijs staat innovatie in de weg

Print - Convert into PDF
  • Share/Bookmark

Alle inspanningen en goede voornemens ten spijt komt er nog altijd bar weinig terecht van de innovatieve aanbesteding van bouwwerken. Het blijkt buitengewoon lastig om het ingesleten rollenpatroon tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te doorbreken.

Uit een inventarisatie van het Aanbestedingsinstituut Bouw & Infra blijkt dat 87% van de waterschappen en gemeenten nog steeds gaat voor de laagste prijs. Jos van Alphen van het instituut stelt dat het voordeel van het gaan voor de laagste prijs is dat „alles vanaf het begin helder is. Er is niets objectiever dan duidelijke getallen en modulen. Voor opdrachtgevers is het juridisch heel veilig om op prijs te gunnen.”

Volgens van Alphen is het dan wel heel belangrijk dat de eisen in het bestek duidelijk zijn. „Daar schort het nog wel eens aan. Aannemers zijn altijd op zoek naar die mazen, want in ’onvoorzien meerwerk’ kunnen ze nog wat winst pakken.”

De aanbestedingsdeskundige stelt dat veel bouwbedrijven zuchten onder de aanbestedingsdrang van lokale overheden. Veel gemeentes besteden projecten ter waarde vanaf €150.000 al aan, terwijl dat volgens de Europes regels niet eens hoeft. Daar ligt de eis bij zo’n €4 miljoen. „Bouwbedrijven die eerder goed werk hebben geleverd kunnen nooit worden beloond met nieuwe opdrachten als ze elke keer dat er een rotonde moet worden aangelegd opnieuw moeten meedingen. Dat werkt demotiverend waardoor aannemers vaak werk opleveren dat maar net door de beugel kan.”

Volgens Van Alphen is een cultuuromslag hard nodig. „Het heeft er veel van weg dat lagere overheden zich beperken tot kortetermijndenken en vooral willen profiteren van de moordende concurrentie. Kwaliteit, duurzaamheid of andere criteria krijgen slechts een kans bij 15% van de aanbestedingen waarbij de laagste inschrijving er met de opdracht vandoor gaat. Dat is jammer, want de lagere overheden zetten de bulk van de werkzaamheden weg. Dit alles stimuleert bouwers niet om werk af te leveren waar ze trots op zijn.”

De adviseur denkt dat nieuwe afspraken, zoals alliantiecontracten waarbij winsten gedeeld worden of bonussen worden gegeven bij snelle oplevering, voor partijen uitstekend kunnen uitpakken. Maar daarvoor is kennis nodig en algemeen bekend is dat het kennisniveau van ambtenaren erg wisselend is. Grote steden hebben eigen ingenieursbureaus, maar kleinere gemeentes ontberen die kennis veelal.

Vooral mkb’ers klagen steen en been. „We komen veelal niet aan de bak en als we al aan de bak komen dan worden we keihard uitgeknepen. Het gaat altijd om de laagste prijs. Ons wordt verweten dat we conservatief zijn, maar innovatieve ideeën krijgen zo nooit een kans”, aldus een middelgrote bouwer uit Tiel.

Daarom krijgen alleen de rijksopdrachtgevers als Rijkswaterstaat van het Aanbestedingsinstituut een ruime voldoende voor hun beleid. Daar zijn innovatieve contracten eerder regel dan uitzondering. „Bij veel van die projecten schiet de kwaliteit omhoog omdat behalve voor de aanleg van bijvoorbeeld een weg de bouwer ook verantwoordelijk is voor het onderhoud. Inferieur asfalt wordt dan echt niet meer gebruikt”, aldus Van Alphen. „Bouwen en wegwezen is uit de tijd.”

Artikel door Barbara Sanders, De Telegraaf

Our latest news on your Facebook ? Click here to follow us !