Wedstrijden voor architecten: in een andere branche verklaart men je voor gek

building_information_modeling_BIM_architectureMet architectuurwedstrijden wil bouwmeester Kristiaan Borret de mediocriteit van de Brusselse bouwprojecten doorbreken, klonk het recentelijk in de media. En gelijk heeft hij: uitzonderlijke problemen vragen om uitzonderlijke oplossingen. Toch zijn ze daarom niet voor álle bouwprojecten opportuun, en ze mogen ook geen vrijbrief voor vrijblijvendheid worden.

Wie op YouTube de zoekwoorden ‘say no to spec’ intikt, vindt een treffend filmpje van het Canadese reclamebureau Alpha Zulu Kilo. In de video wandelt een zakenman lukraak enkele horecazaken binnen. Hij vraagt er – gratis – een koffie of ontbijt te mogen proeven “to see if I like it or not”. Daarna pas zal hij beslissen of hij overgaat tot aankoop of niet. De reacties zijn unaniem verbouwereerd – ze verklaren hem gek. Niemand lijkt het echter gek te vinden dat hetzelfde voor architecten wel lijkt op te gaan: er wordt hen gevraagd om eerst hun werk uit te voeren alvorens er beslist wordt om overgaan tot de aankoop van hun diensten. Toch is het net dat wat vandaag bij veel architectuurcompetities het geval is.

Veel van die competities zien niet eens het levenslicht onder de naam van een ‘architectuurwedstrijd’, maar als ‘offerteaanvraag’ of ‘oproep tot kandidaatstelling’. In het slechtste geval is er maar één ronde en is het voldoende dat je over de juiste referenties beschikt om te mogen deelnemen. Met als gevolg dat, in een erg competitieve markt onder druk van de crisis, tientallen bureaus zich genoodzaakt voelen om honderden uren te investeren voor de conceptie van visieteksten, plannen van aanpak, inplantings- en inrichtingsplannen, grondplannen, doorsneden, gevels, modellen, maquettes, 3D-visualisaties, ramingen, … Ze willen hun orderboeken immers gevuld houden.

Overdreven, zegt u? Op architectuurincompetitie.be verzamelden we 99 ‘verloren projecten’, netjes met het aantal uren erbij dat het kandiderende kantoor aan de competitie besteedde. Daaruit blijkt dat een kantoor gemiddeld liefst 512 uren besteedt aan een wedstrijd. Even talrijk en treffend zijn de verhalen waarbij competities worden afgeblazen omdat de opdrachtgever – net dóór die wedstrijd – tot nieuwe inzichten is gekomen, politiek een andere weg wil inslaan, of tot de constatatie is gekomen dat hij eigenlijk niet over de eigendomsrechten beschikt. In dat geval is de wedstrijd een vrijbrief voor vrijblijvendheid gebleken. Was er al een vergoeding voorzien voor de wedstrijdfase, dan ben je als architectenkantoor niet zeker dat je die ook krijgt wanneer het project wordt afgeblazen.

Frappanter nog is de economische voetafdruk van dit alles. Vorig jaar voerde adviesbureau Ecorys een onderzoek uit in opdracht van architectenvereniging G30. Het nam 277 dossiers van overheidsopdrachten boven de wettelijke minimumeis voor Europese bekendmaking onder de loep bij 19 bureaus. De gemiddelde investering in personeel bedroeg per kantoor 23.627 euro. Met een gemiddelde van 6 kandidaten tikt de gezamenlijke investering aan tot 142.000 euro. Ook de overheid besteedt naar schatting 47.142 euro aan de inzet van personeel voor de organisatie en jurering van één wedstrijd. Tel daarbij het feit dat er voor 69 procent van de procedures geen vergoeding was voorzien, en je krijgt een verklaring voor het gevoel van defaitisme dat veel architecten ervaren: competities zijn een zwart gat waarin hun investeringen verdampen.

Architectuurwedstrijden zijn geen mirakeloplossing. Gebruik ze dan ook enkel voor die gevallen waarvoor ze ook in het leven zijn geroepen: bij uitzonderlijke ontwerpvraagstukken, zoals bijvoorbeeld in Brussel het geval is. De Brusselse Bouwmeester, samen met de Vlaamse en de Antwerpse, hebben dit ook begrepen en organiseren (miniem) betaalde wedstrijden en Open Oproepen die als vliegwiel fungeren voor de oplossingen waar ze naar zoeken.

Maar ook in het segment van minder baanbrekende projecten is een wildgroei ontstaan aan niet altijd even opportune wedstrijden in alle mogelijke maten en vormen. Daarbij ontbreekt het aan een manier van werken die recht doet aan het vele ontwerpende onderzoek dat architecten in zo’n wedstrijd verrichten. Daarom hopen we dat, als de Brusselse Bouwmeester private ontwikkelaars stimuleert om meer wedstrijden te organiseren, hij hen ook helpt om dat op een faire, duurzame manier te doen. De overheid in het algemeen, in casu de toekomstige nieuwe Vlaamse Bouwmeester zou hier een voortrekkersrol moeten spelen door een protocol uit te werken.

Bijna 1.000 architecten tekenden op architectuurincompetitie.be tien aanbevelingen die als basis kunnen dienen. Zo vragen we om een standaardprocedure in twee trappen, duidelijk afgebakende inschrijvingen, een welomschreven projectambitie en een faire vergoeding. Alleen zo blijven architectuurcompetities leefbaar voor de deelnemers.

Op het Architectencongres van NAV debatteren voormalig Vlaams Bouwmeester b0b Van Reeth en huidig Antwerps Bouwmeester Christian Rapp vandaag over architectuurwedstrijden.

Artikel door Kati Lamen op De Morgen

Comments are closed.