Beroepsprocedures : sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten

Een communautair beroepssysteem in het kader van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten stelt benadeelde partijen in staat hun belangen te beschermen.

BESLUIT
Richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten door diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie.

SAMENVATTING
Deze richtlijn heeft ten doel de daadwerkelijke toepassing te waarborgen van de voorschriften van Richtlijn 2004/17/EG houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten.

De richtlijn berust op drie pijlers:

– de aanpassing aan de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten (de zogeheten “bijzondere sectoren”) van de beroepsprocedures van Richtlijn 89/665/EEG, die betrekking heeft op de nationale beroepsmogelijkheden ten aanzien van overheidsopdrachten voor leveringen, de uitvoering van werken en diensten;
– een verificatieprocedure;
– een correctiemechanisme dat de mogelijkheden van de Commissie om op te treden bij een duidelijke en kennelijke schending vergroot.

De richtlijn biedt de lidstaten de keuze tussen twee beroepsmogelijkheden. Zij kunnen maatregelen treffen teneinde:

– hetzij rechtstreeks in te grijpen in de plaatsingsprocedure voor opdrachten door deze op te schorten en onwettige besluiten nietig te verklaren;
– hetzij indirect invloed uit te oefenen op aanbestedende diensten door met name een geldboete op te leggen.

In beide gevallen wordt beoogd de schendingen van het recht te corrigeren en de belangen van de betrokkenen te beschermen. In de richtlijn is bepaald dat schadevergoeding moet kunnen worden verkregen, ongeacht voor welk van beide bovenvermelde opties wordt gekozen.

Beroep
Krachtens de richtlijn kan een ieder die wegens een schending van de procedures bij de gunning van een opdracht schade heeft geleden of zou kunnen gaan lijden, een doeltreffend beroep indienen tegen het besluit van de aanbestedende dienst. Voor deze beroepsmogelijkheden gelden de volgende termijnen:

– ten minste vijftien dagen (of tien indien een elektronisch middel wordt gebruikt) tussen de gunning van de opdracht en de sluiting van de overeenkomst;
– ten hoogste vijftien dagen (of tien indien een elektronisch middel wordt gebruikt) tussen het besluit van de aanbestedende dienst en de indiening van het beroep (waarbij de vaststelling van deze termijn echter in de handen van de lidstaten ligt);
– dertig dagen tussen het besluit tot gunning van de opdracht en de intrekking van dit besluit;
– niet langer dan zes maanden tussen de sluiting van de overeenkomst en de intrekking van het besluit tot gunning van de opdracht.

Verificatie

De aanbestedende dienst kan de opdracht gunnen zonder voorafgaande publicatie in het Publicatieblad. Hij moet echter wel zijn voornemen om tot sluiting van de overeenkomst over te gaan in het Publicatieblad bekendmaken.

De Commissie wordt bijgestaan door het Raadgevend Comité inzake overheidsopdrachten.

Correctiemechanisme

Wanneer de Commissie van oordeel is dat er tijdens een aanbestedingsprocedure een duidelijke en kennelijke schending van de communautaire voorschriften heeft plaatsgevonden, kan zij de lidstaat verzoeken de schending te corrigeren, waarbij zij verwijst naar de beroepsmogelijkheden en het feit dat een overeenkomst vóór zijn sluiting niet werkzaam is.

GERELATEERDE BESLUITEN
Richtlijn 90/531/EEG van de Raad van 17 september 1990 betreffende de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie [Publicatieblad L297 van 29.10.1990].

Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement en het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 mei 2003 betreffende een algemeen EU-beleid ter bestrijding van corruptie [COM(2003) 317 definitief. – Niet bekendgemaakt in het Publicatieblad].